|
Terug naar gedichten index
En langzaam
trek ik sporen
van voorafgaande afdrukken
door het zilte zout en zand.
Hoevelen hebben hier
hun denkwerk
al aan de zee toevertrouwd?
Een verdwaalde zeemeeuw
is de enige getuige
van mijn lach, lied en klaagzang
die ik gedecideerd
aan witte schuimkoppen verkoop.
Het wisselgeld sla ik achterloos op
in de gaten van mijn geheugen.
Mijn kraag nog maar wat hoger
mijn handen als vuisten
en mijn hart verloren
aan
jou woeste zee.
Neem mijn gedachten
diep in je moederschoot
onder kolken van vertrouwen
en begraaf ze als geheim
met je mee. |