Samen .

Als jij de zee bent
en ik het land.
Dan strelen we elkaar
en we worden zand.
Kus me dan,
met je golvende lippen.
Omhels me dan,
met je brutale baren.
Dan kunnen we
samen verder varen.
En wijst mij me dan de weg,
hoe ik verder moet.
Maar geef me dan wel de ruimte
van jou ebbe.
Zodat ik eeuwig kan verlangen,
naar je vloed.

© Jaap Ruigendijk

Zonder Iets.

Zonder iets wil ik schrijven.
M,n gedachten wil ik verwoorden.
Maar waar het over gaat.
Dat weet ik niet.
Het komt vanzelf bovendrijven.
Vloeiend komen de woorden.
Die ik wil vormen tot een gedicht.
Alleen je moet het wel begrijpen.
Anders wordt je gedachten
ontwricht.
M,n gedachten gaan terug.
Terug naar de Zee.
Waar de tijd is stil blijven staan.
Waar het geluid van de golven,
Een bres in m,n gedachten slaan.
Ik wil alleen zijn met de Zee.
Alleen niemand om mij heen.
Ik wil dromen langs de waterkant.
Maar dan helemaal alleen.

Jaap Ruigendijk © 30-12-06

Soms denk ik wel eens wie ben ik.
Ben ik soms een druppel,
aan een emmer.
Of ben ik soms,
een stofje op m,n jas.
Wat is dat toch.
Jij die mij steeds belemmer.
Om naar jou te kijken.
Of komt jou dat niet van pas.
Ik weet het,
ik hoor niet bij de rijken.
Ook heb ik geen geld.
Maar ach ik weet m,n plaats.
Alleen is het moeilijk te aanvaarden.
Als je wordt achtergesteld.

Jaap Ruigendijk ©

Klein Winkeltje

Aan de Dorpstraat in ons dorp.
Stond vroeger,
een heel klein winkeltje.
Drie schappen,
en een houten toonbank.
Met daarop vier soorten snoep.
En de lepel in het stroopvat,
stond recht overeind in de hoek.
En elke keer,
als de winkelbel ging.
gaf dat een oorverdovend geluid.
altijd hetzelfde gerinkel.
Je kreeg,
er kippenvel van op je huid.
Ze verkocht Zoethout en Ulevellen.
En daarbij ook nog Katjesdrop.
We moesten wel,
onze centjes tellen.
Want voor je het wist,
was alles op.
De supermarkt is nu de baas.
Daar kan je alles kopen.
Zelfs bloemen in een vaas.
Maar toch mis ik dat oude.
Zoals Katjesdrop en Ulevellen.
Helaas de tijden veranderen.
Maar ik wil er,
Nog zo graag over vertellen.

Ingezonden door © 09-01-07 Jaap Ruigendijk.

* Het is goed *
Golven witte koppen.
Samen zwemmen in de zee.
Beiden naakt.
Ik zie je lichaam.
Ga met me mee.
Ik wil je aanraken.
Om je zo gelukkig te maken.
De zee wordt ontstuimig.
Zelfs een beetje wild.
We kussen elkaar.
Je smaakt een beetje zilt.
Spanning in ons bloed.
We nemen elkaars lichaam.
Dit alles in de vloed.
Alsof een deken over ons sluit.
Dan het eind.
Een tevreden zucht.
Het is goed.

Ingezonden door: © Jaap Ruigendijk 13-01-07

Een Dromer.

Als ik op reis ga,
Neem ik het mee.
Het is een doosje voor ons twee.
We stoppen er alles in.
Onze liefde en ons verdriet.
Maar ook de dag en de nacht.
Zo kunnen we elkaar bewaken.
En ons behoeden voor alle gevaren.
Soms ben je bevangen door overmoed.
Daarom wil ik me over je ontfermen.
Ik wil je beschermen
En als ik je streel,
Voel ik je lichaam sidderen.
Laat alles maar gebeuren zoals het moet.
Net als de Zee met z,n Eb en Vloed.
Want alleen jij kan mij bedaren.
Want jij bent m,n lach.
M,n lente en m,n zomer.
Jij bent met niemand te evenaren.
Maar ach, ik weet het.
Ik ben maar een dromer.

Ingezonden door © 17-01-07 Jaap Ruigendijk.


Zomaar

Je ogen kijken mij aan.
Zo spontaan.
Je wilt mij kussen.
En je lippen vertellen mij,
Je wilt mij beminnen.
Ook je lichaam vertelt mij,
Je wilt mij bezitten.
Ik zie het,
Je hebt op mij,
Je zinnen gezet.
En niemand die jou dat belet.
Je vraagt me.
Laten we gaan.
Naar ons Niemandsland.
M,n zinnen staan in brand.
Daar wil ik je bezitten.
Om samen een deel te worden,
Van het kleed,
Wat de tijd weeft.
En als onze lichamen.
Tot rust zijn gekomen.
Zijn het de herinneringen.
Die we opslaan in onze dromen.

Strand.

Wandelend op het strand.
Gedachten de vrije loop laten.
Denkend aan het verleden.
Het mag ook aan het heden.
Er zijn weinig mensen op het strand.
Je komt er weinig tegen.
Het leven is eigenlijk maar een spel.
En geluk wordt wel eens verzwegen.
Alleen het is er wel.
Maar narigheid moet je horen.
Al moeten ze het schreeuwen van de toren.
Want het zou toch jammer zijn,
Als je iets miste van het venijn.
Wandelen op het strand.
Het brengt me rust.
Hier wil ik leven.
Ik weet, het is overdreven.
Maar hier op het strand,
Zou ik wel zeven levens willen leven.

Ingezonden door © 22-01-07 Jaap Ruigendijk.

Een Gedachte:

Ik ben ik.
Ik ben niet volmaakt.
Ik ben niet perfect.
Ik heb mezelf ook niet verwekt.
Maar zo ben ik.
Ik weet wie ik ben.
Ik weet wat ik wil.
Ik wil staan in het middelpunt.
Ik wil zijn de spil.
Soms ben ik erg druk.
En soms weer heel stil.
Soms heb ik geluk.
Dan doe ik wat ik wil.
Maar om mij te leren kennen.
Moet je dit weten.
Ik ben ik.
En dat mag je nooit vergeten.


Stilte

Ik kon niet zeggen wat ik voelde.
Ik heb het ook niet uitgelegd.
Maar toch wist ik wat jij bedoelde.
De stilte had het al gezegd.
Als ik je kuste of wat streelde.
In blijheid of in droefenis.
Want liefde is pas echte liefde,
Als de stilte taal geworden is.


Terug naar menu