’t zijn de ogen
vensters van mededogen
die de kleuren vangen
van harten met leed behangen

’t zijn de schermen
en toetsborden
voortjagende horden
haastige zoekers in de bermen

’t is de melodie, herkend
uit een vluchtige aanraking
valt weg angstige bewaking
gevoel niet meer gemend

waar water en licht elkaar ontmoeten
harten opspringen als kikkers zo hoog
daar is het sprookje, de regenboog
kunnen wij echt met ons hart uit de voeten


Hans van Druten © 24-11-06

 

Regen

eerst komt de wind
dan de wolken
’t is zomer en de linden
trots in hun linten
buigen weerstrevend
het lukt ze niet

dan de vlinderstruik met olifantshuid
laat druppels zakken
zacht langs haar bloemensnuit

ceder laat blauw haar naalden los
takken breed gespreid
duiven pikken uitgebreid
letten niet op tranen, in tros

snel flitst de zon wat portretten
van schade door regen aangericht
en lacht, legt uit dat water
haar ziel is, zij kan niet zonder


laten leven, laten huilen
regendruppels en tranen rijgen
ketens van levensvormen
als parels aaneen

juni 2002
geschreven 8-12-06 HvD
 

 

schakel beuken

twee breed-ronde, zwaar-volle beuken
gedrapeerd langs een volmaakt stil beekje
zuigen zoveel licht uit zon en ogen
dat de schemering zich geen raad meer wist

er loopt een pad langs,
gras en bloemen duwen mensenbenen weg
aan de overkant een berk, zwaar behekst
met bulten van weten en sprieten als antennes

de tijd spookt om de beuken en schakelt
van toen naar nu en weer terug
moerascipres stuwt monniken
als stille beelden uit de aarde
wortelend in grenzen
tussen aarde, lucht, gevoel en tijd
zij zingen stil over de oerstrijd
over geboren worden, duister en licht
en ook over verlaten worden aan het lot

het pad naar deze goddelijke plek
loopt langs modderige paardenhoeven
slingert langs plas en drek
je komt er met bezwaard gemoed
om het aan beuken, cipres, berk
en het moeras af te geven

de weg terug is altijd stil


4-11-01 HvD
herschreven 8-12-06
 

in een groen lint
beweegt zich knagend
langzaam de eindgestalt
van een zijderups

de laatste maalstroom
gaat over in spinweven
waarvan de draden
parallel deinen met
de zingende hoogspanning
van je laatste treinreis

de rups sterft met jou
trilt na in herfstbruin loslaten
en samen ontvouw je
in een nieuwe dimensie
de voelsprieten
van ‘t englenwezen

dan valt de vlinder
in een luchtstroom
naar de zonnebloem
terwijl jij luchtig
haarwortelt in alles
wat gedaante
wisselt



Hans van Druten © 26-11-06

Terug naar menu